Ik ben Dr. De Vries en werk al 18 jaar als dierenarts. We leren veel tijdens onze opleiding, maar over voeding en hydratatie is de kennis vaak beperkt tot wat de grote merken ons vertellen.
Zes maanden geleden bracht een klant Sophie binnen. Een 11-jarige kat die het toonbeeld van gezondheid leek.
Haar baasje was een expert: ze gaf geen goedkope supermarktbrokken vol suikers en granen, maar hoogwaardig KVV (vers vlees) en graanvrije snacks. Ze deed alles perfect.
Toch vertelde het bloedonderzoek een ander verhaal: haar SDMA-waarden (een vroege indicator voor nierschade) waren torenhoog. De diagnose: gevorderd nierfalen.
"Maar ze krijgt het beste voer!" huilde haar baasje. "Ik let op alles, geen vulstoffen, geen rotzooi. Hoe kan dit?"
Toen viel het kwartje.
We focussen ons zo op wat ze eten, dat we vergeten wie ze zijn. Een kat is van oorsprong een woestijndier.
Ze hebben geen ingebouwde dorstprikkel zoals wij.
In de natuur halen ze vocht uit hun prooi.
Maar in onze huiskamers – zelfs met natvoer – krijgen ze simpelweg te weinig vocht binnen om hun nieren te spoelen.
Het resultaat? Fosfor hoopt zich op in het bloed, en de nieren veranderen langzaam in littekenweefsel.