Mijn naam is Marianne de Vries. Ik woon in Antwerpen met mijn man Willem en onze 5 jaar oude cyperse kat Luna.
Vorig jaar oktober dacht ik dat ik de perfecte kattenmoeder was.
Elke dag vers water in een porseleinen bak. Kwalitatief voer van de dierenspeciaalzaak.
Jaarlijkse controles bij dierenarts Dr. Janssen in het centrum. Ik deed alles "volgens het boekje".
Dacht ik…
Daarom wilde ik het bijna wegwuiven toen Luna op een woensdagavond vreemd begon te doen.
De signalen waren zo subtiel dat ik ze bijna volledig over het hoofd zag.
Luna was onrustig. Ze ging vaak naar de kattenbak, maar er kwam steeds minder uit.
"Misschien heeft ze gewoon een mindere dag," zei ik tegen Willem. "Morgen gaat het vast beter."
Maar op donderdagavond maakte Luna zachte klaaggeluiden die mijn hart deden overslaan.
Toen ik haar ineengedoken in de hoek van de keuken vond, persend zonder resultaat, wist ik dat het ernstig was.
Ik belde direct de avonddienst van de dierenkliniek en reed in paniek naar Gent.
De woorden van spoeddierenarts Dr. Van Hoof sloegen in als een mokerslag:
"Volledige urinewegblokkade. Zonder directe behandeling kan ze vannacht nog overlijden."
Negen uur en €3.800 later was Luna stabiel.
Maar toen zei Dr. Van Hoof iets dat mijn wereld op zijn kop zette:
"Dit was volledig te voorkomen geweest. De werkelijke oorzaak is niet genetisch — het is chronische uitdroging."